Antwoord op jullie vragen uit webinar vlees- en zuivelindustrie

Jeanet van der Woude Milieudefensie • 18 februari 2021

Bedankt voor al jullie goeie vragen op de webinar van 5 februari. Tijdens de webinar hebben we er zoveel mogelijk al beantwoord, maar een aantal zijn we niet aan toegekomen. In dit bericht beantwoord ik ook de rest van de vragen.

Vind je ook dat ons voedselsysteem onhoudbaars is? Teken de oproep aan de politiek

 

Els - Sluit VION!

  • "Als bij varkens veevoer zo belangrijk is, zou het interessant zijn om eens te kijken hoeveel het landgebruik dan is?"

Daar wordt in de levenscyclusanalyse ook naar gekeken. Voor varkensvlees ligt dit volgens het RIVM op 10,5 m2 per kg mager varkensvlees.

 

Armelle van Helden:

  • "nav de taartdiagrammen per vleessoort: is het onderzoeken van veevoederbedrijven en hun uitstoot dan niet beter, of zitten de grote 'jongens' bijna niet in Nederland?"

De veevoederbedrijven dragen zeker ook een verantwoordelijkheid om hun productie te verduurzamen. Maar veevoer is een grondstof voor het eindproduct: vlees, zuivel en eieren. De veevoerbranche is veel minder geconcentreerd en minder internationaal georiënteerd, waardoor de marktmacht een stuk kleiner is dan de onderzochte multinationals.

 

Karen:

  • "waarom deze drie bedrijven uitgekozen; zijn het de grootste?"

Het zijn inderdaad de grootste Nederlandse multinationals op het gebied van vlees en zuivel

 

Armelle van Helden:

  • "Tata Steel en wegverkeer, hoe bepaal je daar dan de CO2-uitstoot? Gaat niet over de variabelen veevoer, boerderij, etc... Welke variabelen zijn hier dan meegenomen?"

Bij een levenscyclusanalyse van een product wordt alleen gekeken naar de aspecten die voor dat specifieke product van toepassing zijn. Voor metaal is dat bijvoorbeeld de winning uit mijnen, het zuiveren van het erts en het smelten van het metaal. Voor vlees ligt dit vooral bij de productie van veevoer en het houden van de dieren. Voor beide producten wordt transport ook mee genomen. Zie ook ons rapport voor een verdere toelichting inclusief bronnen.

 

Karen:

  • "hoezo verwachten ze daling vleesproductie?"

Joost Witte:

  • "Waarop is de inschatting gebaseerd dat de vleesproductie omlaag gaat?"

De overheid is bezig met het opkopen van varkensbedrijven. Daarnaast geldt er milieuwetgeving, waardoor er een rem gezet wordt op de productie van bedrijven, waaronder de melkveehouderij. Ook gaan koeien meer melk produceren, waardoor je minder koeien nodig hebt. Door al deze aspecten is het de verwachting dat de vleesproductie de aankomende 10 jaar wat zal dalen.

 

 

Fons De Bont:

  • "is co2beprijzing in de toekomst al meegenomen in de berekening?"

Nee, dit is niet meegenomen omdat dit geen onderdeel is van voorgenomen beleid. Uiteraard zou het wel goed zijn om CO2-beprijzing mee te nemen in de prijsvorming van producten (niet alleen vlees), zodat de ware kosten van het product zichtbaar wordt. De meest vervuilende producten worden daardoor een stuk duurder, waardoor de vraag ernaar naar verwachting significant zal dalen. Milieudefensie steunt de introductie van een eerlijke vleesprijs, hoe die is vormgegeven kun je hier lezen: https://milieudefensie.nl/actueel/waarom-een-eerlijke-vleesprijs-een-go…

 

Wim Haver

  • "Basis is dat de boeren minder produceren toch, de drie bedrijven volgen toch de groei en krimp hierin ?"

In deze analyse is aangenomen dat de krimp van de veestapel in Nederland ook voor een krimp van de bedrijven zal zorgen. Maar de drie bedrijven hebben ook groeiambities en/of vergevorderde plannen om andere bedrijven over te nemen. Daarin zijn zij leidend, ook in het aanjagen van vlees- en zuivelconsumptie in andere landen.

 

Ronald:

  • "Wat is beter voor de beperking van de CO2 uitstoot, schaalvergroting of kleinere boerderijen?"

Voor het beperken van CO2 uitstoot is het allereerst van belang dat er minder dierlijke eiwitten worden geproduceerd, dus minder (intensieve) veehouderijen en meer gemengde boerenbedrijven. Als Milieudefensie staan we voor een landbouw die toekomstperspectief biedt aan kleinere boerenbedrijven. Niet voor een landbouw waarin de kleine bedrijven het niet redden en boeren alleen kunnen overleven door groot, groter, grootst te worden en flinke schulden aan te gaan. Als je puur technisch kijkt naar CO2 uitstoot vanuit veehouderijen dan kan schaalvergroting leiden tot een efficiëntere bedrijfsvoering en meer financiële ruimte voor het maken van dure investeringen om milieuvriendelijker te kunnen produceren. Maar schaalvergroting gaat ook vaak gepaard met minder ruimte en aandacht voor de dieren en tot onvoldoende land rond het bedrijf om het veevoer te verbouwen en de mest uit te rijden.

 

Rozemarijn Boerhorst:

  • "Een andere soort vraag: Wat is uw mening over de biologische-dynamisch landbouw? Daar letten ze op het totaal plaatje: klimaat, bodemvruchtbaarheid, biodiversiteit et cetera. En daar zijn geen goedkope kiloknallers zoals bij de reguliere veehouderij."

De biologische-dynamische landbouw heeft verschillende voordelen, vooral m.b.t. het sluiten van kringlopen, dierenwelzijn en het met zeer veel aandacht (voor bodem en omgeving) produceren van voedsel. Een nadeel is dat productiemethoden lang niet altijd wetenschappelijk zijn onderbouwd.

 

Jan Koning:

  • "Een groot deel van het akkerbouwareaal in Nederland produceert toch al veevoer?"

Meer dan de helft van alle cultuurgrond in Nederland bestaat uit Engels raaigras en snijmais. Dit is vrijwel geheel bestemd voor de melkveehouderij. Dat is bij lange na niet genoeg voor de huidige veestapel. De melkveesector importeert ook nog eens meer dan de helft van het benodigde eiwitrijke veevoer van buiten Europa. De pluimvee- en varkenshouderij produceert geen eigen voer en importeert nagenoeg alles.

 

René:

  • "De energie-efficientie van productie van dierlijke eiwitten is zeer laag (MeinoSmits voor gehele landbouw 6:1) Is het dan in de toekomst nog mogelijk op deze intensieve manier eiwit te produceren ?"

Dierlijke eiwitten zijn inderdaad een stuk minder efficiënt om te produceren dan plantaardige eiwitten. De huidige hoge productie en consumptie van dierlijke producten is dan ook onhoudbaar en een transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten is noodzakelijk. Om dit te bereiken is een drastische krimp van de veestapel en aanpassing van het westerse dieet nodig. Hierover is brede wetenschappelijke consensus en dit wordt ook door beleidsmakers onderkend. Maar invloedrijke politieke partijen durven zich vanwege electorale redenen hier nog niet openlijk aan te committeren.

 

Eric Mahieu:

  • "Heb je inzichtelijk hoeveel procent van de huidige productie daadwerkelijk 100% gebruikmakend van uitsluitend Nederlandse bodem wordt behaald (het hele plaatje, dus alle veevoer e.d.)?"

M.b.t. dierlijke producten zijn er slecht een beperkt aantal bedrijven die alleen gebruikmaken van de Nederlandse bodem. Zo mag zelfs de biologische en biologisch dynamische sector veevoer aankopen, ook vanuit het buitenland.

 

Wim Haver:

  • "Is er een stappenplan voor krimp dat door steeds meer ngo's en politieke partijen wordt ondertekend?"

Vanuit NGO’s wordt er gelobbyd voor een landbouwtransitie en bijbehorend fonds dat uitgaat van een serieuze krimp van de veestapel (>60%, beetje afhankelijk van diersoort). Greenpeace heeft n.a.v. de stikstofcrisis een aantal scenario’s laten ontwikkelen door Ecorys en vanuit Milieudefensie hebben we scenario 3 (100% omslag naar biologisch veehouderij) laten doorrekenen door CE Delft, zie: https://milieudefensie.nl/actueel/landbouwtransitiefonds. Diverse partijen hebben een omschakelfonds in hun verkiezingsprogramma’s opgenomen, de een ambitieuzer dan de ander. De overheid heeft inmiddels als onderdeel van het stikstofbeleid een omschakelfonds/programma ingesteld. De contouren van dit programma zien er goed uit, maar er is veel te weinig geld voor beschikbaar gesteld. Milieudefensie lobbyt met veel andere organisaties voor meer geld in dat fonds. Een andere route om de veestapel te laten krimpen, loopt via het introduceren van een eerlijke vleesprijs, waar steeds meer politiek draagvlak voor komt. Vlees wordt dan iets duurder (afhankelijk van milieu en klimaatschade). . De opbrengst zou gebruikt moeten worden voor bovengenoemd transitiefonds om veehouderijen te helpen verduurzamen,om groente, fruit en vleesvervangers goedkoper te maken en lage inkomens enigszins te compenseren. Een handig overzicht van hoe partijen tegen o.a. omschakelfonds en eerlijke vleesprijs aankijken vind je hier (MD is partner van de TAPP coalitie): https://tappcoalitie.nl/nieuws/15068/tapp-coalitie-lanceert-verkiezings….

 

Linda:

  • "is het niet ook zo dat koeien die meer buiten zijn, en meer 'normaal/koe-eigen' voeding krijgen (niet soja & mais gebaseerd) minder uitstoten? Zou het niet beter om daar onderscheid in te maken. Want zo worden wel alle veeboeren over een kam geschoren – niet eerlijk tegenover degenen die het wel goed doen."

Koeien die minder stikstofrijk veevoer krijgen zoals soja, stoten inderdaad beduidend minder stikstof uit. Ook zorgt weidegang er voor dat de mest en urine zich minder vaak mengen, waardoor er minder ammoniak vrijkomt. Effecten op de uitstoot van broeikasgas zijn ons niet bekend.

 

Bij de berekeningen van de broeikasgasuitstoot is in het rapport uitgegaan van de gemiddelde uitstoot van de verschillende producten per kg product. Op die manier is er rekening gehouden met boeren die relatief weinig uitstoten en die relatief veel uitstoten — dat bepaalt het gemiddelde.

 

Wim Haver:

  • Als cijfers niet kloppen volgens drie bedrijven, wat zeggen WUR en PBL dan hierover ?

Milieudefensie heeft cijfers gebruikt van het gerenommeerde onderzoeksbureau Blonk Consultants, waar de sector ook veel mee werkt. Als er discussie ontstaat over deze cijfers, dan zal samen met de belanghebbenden onderzocht worden hoe deze verschillen verklaard kunnen worden.